Jachtwerf Pampus

Binnenvaarttaal
25-10-2016 00:00:00
Moeder Visser

Afnokken
-Ergens mee op houden.
De zeilen werden meestal afgenokt, wanneer men vaart wenste te minderen, bijvoorbeeld om ergens te gaan liggen

Iemand Afschepen
-Een lastig iemand kwijt proberen te raken. 
Afkomstig van iemand met een schip, dus lange tijd, weg sturen.

 
Aftakelen
-Minder goed, minder mooi worden.
Een schip aftakelen wil zeggen het schip van al het staand- en lopendwant (soms ook van masten en rondhouten) ontdoen. Het zal duidelijk zijn dat een kaal schip, lang zo mooi en in ieder geval minder bruikbaar is dan een volledig uitgerust schip.

Afftuigen

-iemand afranselen, iemand beroven, maar ook mooie kleren of sieraden afleggen.
Aftuigen wil zeggen de tuigage van het schip halen, vergelijkbaar met beroven. Een afgetuigd schip is minder mooi; dat geldt ook voor iemand die afgeranseld is en voor iemand die zijn mooiste kleren, sieraden e.d. afgedaan heeft. 

Anker op gaan:
-vertrekken.
Het zelfde als het anker lichten. 

 

-het anker lichten, anker op gaan;
-vertrekken. 
Wanneer men het anker licht, maakt men zich gereed om te vertrekken. 

Reacties:
Plaats uw reactie:



Powered by: WebBuro WebBuro